Pestbeleid

Stichting Wolf

  • geeft in klas 1 lessen over bewust internetgebruik
  • maakt leerlingen bewust van hun eigen online gedrag en verantwoordelijkheid
  • thema's: sociale media, privacy en cybercrime, cyberpesten

Op Panta Rhei zien wij pesten als grensoverschrijdend en bedreigend gedrag. Wanneer dit regelmatig en systematisch gebeurt, spreken we van pestgedrag. Wij nemen pesten zeer serieus en de mentor maakt dit ook aan de leerlingen duidelijk. Om pesten te voorkomen vinden er regelmatig groepsgesprekken plaats en maken de mentoren afspraken maken met de klas. Er wordt uitgelegd aan de leerlingen dat er verschillende vormen van pesten bestaan: met woorden, lichamelijk, achtervolgen, uitsluiten, stelen en vernielen, afpersing en via de sociale media.

Aanpak van pesten

Wanneer er daadwerkelijk wordt gepest, besteden we niet alleen aandacht aan de gepeste leerling maar ook aan de pester en de meelopers. Panta Rhei werkt samen met Stichting Wolf om jongeren te confronteren met de gevaren van de sociale media en het pesten. Panta Rhei heeft een (anti)pestprotocol opgesteld waarin beschreven wordt hoe school en ouders aan een veilig klimaat kunnen werken en waarin leerlingen met respect met elkaar omgaan.

Panta Rhei hanteert een vijfsporenaanpak met betrekking tot het pesten:

  1. We bieden steun aan de jongere die wordt gepest
  2. We bieden steun aan de pester
  3. We betrekken de meelopers
  4. We bieden steun aan de ouders
  5. We hebben een preventief beleid

Rol van de intern begeleider

Wanneer het pesten plaatsvindt in de klas is de mentor de eerste die dit oppakt en met de klas bespreekt. De mentor bespreekt dit ook met de individuele leerling en meldt het aan de ouders. Wanneer het probleem niet wordt opgelost, zal de Intern Begeleider het oppakken en met de pester en de gepeste leerling in gesprek gaan. De Intern Begeleider zal dit in het Interne Zorg Advies Team (Z.A.T.) bespreken. Wanneer de pester opnieuw in pestgedrag vervalt, zal hij ertoe worden verplicht een individueel programma te volgen. De teamleider en de zorgcoördinator bespreken dit dan met de ouders. De zorgcoördinator zal dit in het Extern Z.A.T. inbrengen.